Afgelopen zomer gaf ik mijn website een kleine update. Ik voegde onder andere een motto toe: Een authentieke stem. Een betekenisvol verhaal. Een blijvende indruk.
In deze tijden is het voor iemand die stemmenwerk doet belangrijk om die menselijkheid en spontaniteit te benadrukken. Een mooi voorbeeld daarvan is een nationale radiospot die ik onlangs samen met mijn zoontje opnam. De opzet van de spot was een spelletje ik zie wat jij niet ziet tussen een moeder en kind. Ze zitten samen in de wagen, waarna het kind de aanzet geeft met de bekende zin: Ik zie, ik zie wat jij niet ziet. Waarop de moeder, een boekhouder met een hoek af, begint op te sommen welke belangrijke services ze graag verwezenlijkt zou zien via haar boekhoudprogramma. Waarop de kleine verontwaardigd reageert: Maar nee, een eekhoorntje!
Geen authentieker resultaat dan zo’n scenario samen met je zoon opnemen. Het was sowieso niet de eerste keer dat hij achter mijn microfoon stond. Toen hij nog maar een jaar of zes was, nam hij enkele zinnetjes op voor uitlegfilmpjes bij een educatieve methode. Maar dat is dus al even geleden. Toen ik vroeg of hij mij wilde helpen bij een spotje, werd ik getrakteerd op rollende ogen en een prepuberaal geveinsde tegenzin. Met wat gemopper volgde hij me naar mijn studiootje, waar ik hem eerst liet wennen aan de microfoon. Gekke geluidjes en rare zinnetjes opnemen bleek al geen probleem. Na een opname vol al dan niet zelfverzonnen Italian brainrots was het tijd voor het echte werk.
Je eigen zoontje regisseren is niet makkelijk. Het is immers verleidelijk om alles wat je kind doet, goed te vinden. Gelukkig kon ik de knop omdraaien.
‘Het moet wat sneller. Probeer je nog een keer?’
‘Doe nog eens met een andere intonatie. Zo: …’
Het zat erin, maar het kwam er niet meteen uit. Tot ik zei: ‘Laten we dat spelletje gewoon spelen. Zoals we het altijd doen als we ergens zitten te wachten. Op welke manier zeg je die zin dan tegen mij?’
En toen kwam die naturelle, authentieke Ik zie, ik zie wat jij niet ziet. Heel echt. Perfect.
Toen ik hem naar zichzelf liet luisteren, verscheen er een grote smile op zijn gezicht. Zijn taakje zat erop, nu was het mijn beurt. Terwijl ik mijn stukje van de tekst klaarzette, denderde hij weer de trap op onder een luid Tung Tung Tung Sahur!
Jongens van elf, authentieker wordt het niet. Al klinkt zijn stem toch een béétje dieper dan een tijd geleden. Nog even en ik heb hier thuis geen kinderstemmetje meer in de aanbieding. Dat is pas echt skibidi, bro.
